Onderscheid kinderopvang en peuterspeelzalen verdwijnt

Geplaatst op 26 juni 2014

Vanaf 1 januari 2015gelden dezelfde kwaliteitseisen voor kinderopvang en peuterspeelzalen. Er is dan op dat punt geen verschil meer tussen kinderopvang en peuterspeelzalen. Daarnaast gaat de pedagogische kwaliteit in de toekomst omhoog. Er komt meer aandacht voor de ontwikkeling van kinderen.

Voortaan gelden voor medewerkers in de kinderopvang en peuterspeelzalen dezelfde regels. Zo moet vanaf 1 januari 2015 het aantal medewerkers op groepen met 2- en 3-jarigen overal hetzelfde zijn. Dit aantal wordt gelijkgetrokken. Daarnaast gaat vanaf 1 juli volgend jaar het ‘vierogenprincipe’ ook gelden voor peuterspeelzalen. Dit betekent dat er altijd 2 medewerkers kunnen meekijken of meeluisteren met de groep. Nu geldt dit alleen nog voor organisaties in de kinderopvang.

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap maken € 3 miljoen vrij onder meer om medewerkers beter op te leiden. Dat schrijven ze vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Werkende ouders krijgen verder vanaf 1 januari 2015 niet alleen kinderopvangtoeslag als zij hun kind naar de kinderopvang brengen, maar ook als zij gebruik maken van een peuterspeelzaal.

Minister Asscher: “Goede kinderopvang en peuterspeelzalen zijn in het belang van elk kind. Het maakt ze kansrijker in hun latere schoolloopbaan en op de arbeidsmarkt. Ook voor ouders wordt het gemakkelijker en duidelijker als er geen verschillen meer zijn.”

Staatssecretaris Dekker: “Kinderopvang en peuterspeelzaal moeten straks aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen, vallen onder hetzelfde toezicht en worden op dezelfde manier gefinancierd. Dat zorgt voor duidelijkheid en voor een betere aansluiting op de basisschool.”

In de toekomst zullen peuters op een speelse manier gestimuleerd worden in hun ontwikkeling zodat zij goed voorbereid naar de basisschool gaan. De pedagogische kwaliteit van de opvang zal verbeteren door een betere mix van HBO- en MBO- medewerkers, permanente scholing van de medewerkers en door het gebruik van een kindvolgsysteem. Medewerkers moeten de Nederlandse taal kennen en er komt een goede overdracht van kinderen tussen de voorschoolse voorziening en de basisschool. Dit ontbreekt nu vaak.

Gemeenten houden geld voor voorschoolse voorzieningen voor niet-werkende ouders. Zij kunnen, afhankelijk van de behoefte van het kind en de lokale afwegingen, een aanbod aan ouders doen.

Het kabinet gaat met de brancheorganisaties, Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang en Peuterspeelzalen (BOinK) en de VNG afspraken maken over de uitwerking van het landelijke kwaliteitskader voor alle voorschoolse voorzieningen.