Activiteit van de Maand: Eten op maat

Geplaatst op 12 mei 2017

Het thema groot-klein kan je heel praktisch toepassen in het dagelijks leven: bij de maaltijd. Waarom eet je pap niet met een soeplepel? En wat is groter, een bosuitje of een prei?

Welke maat past? (2 tot 4 jaar)

Als je gaat eten gebruik je allerlei voorwerpen. Een klein lepeltje om een beetje honing door je thee te roeren, een gewone lepel om een kom pap of soep te eten en een grote opscheplepel om het eten te verdelen over de kinderen. Test elke dag bij de lunch of de kinderen zien welk vork, lepel of mes je nodig hebt, maar ook welk bord of kom geschikt is voor het eten. Leg bijvoorbeeld een gebaksvorkje, een gewone vork en een enorme vleesvork neer. Met welke vork eet je je salade? En uit welke kom eet je yoghurt? Een eierdop, een kommetje of een schaal? Kies je voor je fruithap een schoteltje, een gewoon bord of een grote, platte schaal?

Van klein naar groot (2 tot 3 jaar)

Wat is kleiner en wat is groter? Een leuke oefening voor jonge peuters. Zoek steeds drie ongeveer dezelfde voorwerpen bij elkaar in verschillende formaten en laat de kinderen ze op een rijtje zetten, van klein naar groot. Het thema hierbij is: eten en drinken. Dus drie wortels van verschillend formaat, een mandarijn, sinaasappel en grapefruit, een steeltje citroengras, een bosuitje en een prei, enzovoort. Maar ook: drie bordjes, vorken, lepels, glazen en flessen van verschillend formaat.

De juiste portie (2 tot 6 jaar)

Je ogen zijn vaak groter dan je maag. Die uitdrukking bestaat niet voor niets. Als kinderen iets lekker vinden, dan willen ze er graag veel van. Een enorme stapel pannenkoeken of wel vijf bolletjes ijs. Die hoeveelheid heb je niet nodig en is ook niet goed voor je. Daar krijg je buikpijn van. Ga oefenen met de juiste portie. Begin met dieren. Laat kinderen met plaatjes of video zien dat een klein dier, zoals een muis, veel eet dan een groot dier, zoals een olifant. Ga dan samen een baby eten geven. Een baby krijgt een klein schaaltje babyvoeding, omdat een baby klein is. Bespreek met elkaar hoe je als je groter bent, meer eet.

Heb ik nog honger? (4 tot 8 jaar)

Oefen het vinden van de juiste portie voor jezelf. Maak boterhammen klaar en snijd ze in stukjes op een schaal. De schaal gaat rond en elk kind krijgt twee stukjes op zijn bord. Als dat opgegeten is, denk je samen goed na. Heb ik nog honger? Dan gaat de schaal weer rond. Iedereen neemt een stukje brood. Wie heeft er daarna nog honger? Je kunt dit ook doen met stukjes fruit of een stamppotje waarvan iedereen een schep krijgt. Het resultaat is dat kinderen meer gevoel krijgen bij ‘portie’ en zo al jong leren stoppen als ze voldaan zijn.

Van gezond mag je meer (Alle leeftijden)

Een volgende stap bij het nadenken over porties en hongergevoel is: van gezond mag je meer. Dingen die niet zo heel gezond voor je zijn, mag je best wel eens als uitzondering. Denk aan chocolade eitjes met Pasen, speculaas tijdens een Sinterklaasfeest en ijsjes in de zomer. Het is een traktatie, dus je mag er gewoon eentje en dat is genoeg. Maar als je salade eet met de groep, dan mag de schaal rond blijven gaan tot iedereen zich voldaan voelt.

Carla Overduin